vlooswijkseweg 2 -oude begraafplaats vak d en e.jpg
- Titel:
- vlooswijkseweg 2 -oude begraafplaats vak d en e.jpg
- Omschrijving:
-
Naam object: begraafplaats Oud-Leusden
Adres: Vlooswijkseweg 2 in Oud-Leusden
Monumentnr: 0003
Bouwtype: begraafplaats
Cultuurhistorische omschrijving
De begraafplaats Oud Leusden kent een zeer lange geschiedenis. Reeds rond het jaar 1000 wordt een kerk en kerkhof op deze plek genoemd en lag er een nederzetting (Lisiduna). De kerk was gewijd aan St.Urbanus en hoorde bij de benedictijner abdij Hohorst op de Heiligenberg. Later werd de kerk aan St.Anthonius gewijd. De huidige toren dateert uit de dertiende en veertiende eeuw. In de oostgevel van de toren zijn sporen te zien van in 1826 gesloopte romaanse kerk. De omtrek van de kerk wordt door middel van de ijzeren paaltjes en kettingen op de begraafplaats aangegeven (vak D en E).
Na de reformatie is de begraafplaats eeuwenlang eigendom geweest van de Nederlandse Hervormde Gemeente van Leusden. Ze werd in 1988 aan de wereldlijke gemeente overgedragen. De begraafplaats is twee maal uitgebreid, te weten in 1911 en in 1953. In de plattegrond van de begraafplaats en uit restanten van hekken en ommuringen en het verloop van de paden zijn de uitbreidingsfasen goed herkenbaar.
Vanwege verplichtingen uit de Wet op de Lijkbezorging van 1869 is er in 1872 een kleine Algemene Begraafplaats aangelegd. De grond daarvoor werd gekocht van de eigenaresse van hotel-restaurant “Oud-Leusden”. De uit Frankrijk overgenomen Wet op de Lijkbezorging verbood het om in kerken en binnen de bebouwde kom mensen te begraven. Het was een hygiënische maatregel uit angst voor ziekten.
Overal in het land zijn vanaf 1869 buiten de bebouwde kom algemene (gemeentelijke) begraafplaatsen aangelegd. Vele daarvan zijn door stadsuitbreidingen inmiddels weer in de bebouwde kom komen te liggen.
De Algemene Begraafplaats van Leusden lag aanvankelijk ten westen van de toren tussen de twee rijen graven van het huidige vak B. Bij de uitbreiding van 1911 werd de Algemene Begraafplaats uit 1872 opgeheven en verplaatst naar het ommuurde vak ten zuidwesten van vak O, waar zich sinds 1988 de kinderbegraafplaats bevindt.
Behalve de ligging op de oudst bekende nederzetting van Leusden is voor de lokale geschiedenis de verwevenheid van belang van deze plek met de reeds in de 16e eeuw bekende pleisterplaats en later hotel-restaurant “Oud-Leusden” en de relatie met de adelijke familie De Beaufort. De grond voor de aanleg van de Algemene Begraafplaats 1872-1911 werd gekocht van hotel-restaurant “Oud-Leusden” en de uitbreiding van de begraafplaats in 1911 betrof een grondruil met hotel-restaurant “Oud-Leusden”. De grond voor de uitbreiding van 1953 werd verkregen van de familie De Beaufort. Het geslacht De Beaufort leverde vele burgemeesters en ander notabelen en was eigenaar van de landgoederen in Leusden en omgeving
De begraafplaats Oud Leusden heeft met name in het oudste gedeelte een groot aantal bijzondere grafmonumenten, waaronder de familiegraven van belangrijke families als De Beaufort en Roëll. Er zijn veel grafmonumenten uit verschillende stijlperioden, met kenmerkende teksten, belettering en decoraties, waaronder bekende funeraire symbolen zoals een afgebroken zuil en de vlinder. Ook zien we typerende beplanting als taxus, hulst, klimop en treurbomen. Een systematisch onderzoek van de diverse grafmonumenten en de groenaanleg kan interessante gegevens opleveren voor de lokale en funeraire geschiedenis van Leusden.
Architectonische omschrijving:
Begraafplaats Oud-Leusden is gelegen buiten de bebouwde kom op een wigvormig perceel, ingeklemd tussen de rijksweg A28 in het zuiden, de provinciale Doornseweg in het noorden en de lokale Dodeweg in het oosten. De begraafplaats is bereikbaar via de Vlooswijkseweg, een doodlopende zijweg van de Dodeweg, vlak achter hotel-restaurant en historische pleisterplaats “Oud Leusden”. De toren van de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk (rijksmonument), gelegen op het oudste deel van de begraafplaats, is een belangrijk oriëntatiepunt in de omgeving
De begraafplaats bestaat uit drie gedeelten, te weten een verhoogd gelegen, min of meer rechthoekig deel rondom de toren (vakken A t/m G), een eerste uitbreiding richting het westen daterend uit 1911 (vakken H t/m O) en een tweede uitbreiding, naar het zuidwesten, uit 1953 (vakken AA t/m MM en NN t/m RR). De vakken NN t/m RR zijn pas vanaf 1990 in gebruik genomen. De aanleg van de drie gedeelten is duidelijk herkenbaar in beplanting, padenstructuur en bouwsporen.
Oudste gedeelte:
Het hoger gelegen oudste gedeelte van de begraafplaats, de vakken A t/m G, is aan de oost- en zuidzijde omgeven door een licht gebogen gemetselde bakstenen muur van variërende hoogte, aan de zuidzijde voorzien van steunberen en eindigend in een tandlijst met ezelsrug. De muur is aan de west en noordzijde tot op maaiveldhoogte afgebroken en begroeid met klimop.
De oorspronkelijke toegang, aan de zuidoostzijde, bestaat uit een smeedijzeren dubbel hek tussen pijlers van baksteen en hardsteenblokken. De pijlers zijn bekroond met hardstenen urnen. Het hekwerk is zwart met goudkleurige gekrulde uiteinden en een geornamenteerd slot.
In de zuidwestelijke hoek van de begraafplaat staat de toren. De omtrek van de voormalige Romaanse kerk, gesloopt in 1829 is aangegeven door siersmeedwerkpaaltjes waartussen kettingen hangen. Binnen de kettingen bevinden zich de vakken D en E, waarin voornamelijk grafstèles staan.
In de vakken A en B, ter weerszijden van de toren ligt een aantal grafkelders omgeven door een gietijzeren hekwerk. De grafbedekking (toegang tot de kelder) bestaat uit liggende hardstenen platen. De rand van vak B loop langs de voormalige, gedeeltelijk gesloopte westelijke muur. Er zijn voornamelijk liggende grafbedekkingen en grafkelders, met een enkel monument zoals een kruis. In vak B heeft ook de Algemene Begraafplaats 1872-1911 gelegen, die een direct gevolg was van de Wet op de Lijkbezorging van 1869.
Vak C heeft voornamelijk grafstèles en ook staat op één graf een gebroken zuil, een bekend symbool voor vergankelijkheid. Vak F bevat graven van diverse types, waaronder een grotere familiegraf voorzien van Duitse opschriften en een kruis. De graven in vak G zijn van recente datum. Dit was voorheen een gedeelte met graven waarop kortdurende rechten rustten.
Op het oudste gedeelte van de begraafplaats is veel karakteristieke beplanting te zien zoals klimop, hulst en taxus, die, omdat ze geen blad verliezen, symbool staan voor eeuwig leven. Ook staat er een aantal treurbomen.
Uitbreiding 1911 en Algemene Begraafplaats 1911-1988
De oude begraafplaats is in 1911 in westelijke richting uitgebreid. De fundamenten van het voormalige hekwerk zijn nog in de grond aanwezig, evenals de eikenbomen die dit deel van de begraafplaats aan de zuid- en noordzijde begrensden.Op de grens met het oudste gedeelte van de begraafplaats, aan het einde van het pad tussen de vakken AA en BB staat een baksteenpijler met gecementeerde dekplaat, behorend tot een voormalige toegangshek.
Aan het westelijke einde van de begraafplaats staat eveneens een voormalig toegangshek. Het is een dubbel hek van zwart smeedijzer met goudkleurige punten, tussen twee in kruisverband gemetselde baksteenpijlers met gecementeerde dekplaat. Vanaf dit hek leidt een pad naar de huidige kinderbegraafplaats, een ommuurd gedeelte dat tussen 1911 en 1988 als Algemene Begraafplaats werd gebruikt.
Tussen de genoemde (restanten van) hekwerken liep in het verleden een hekwerk, waarvan de fundamenten nog aanwezig zijn. Gezien vanaf de oude toren liep deze eerst pal van oost naar west, maar loopt op circa 2/3 van de lengte in noordelijker richting. Een rij eikenbomen volgt deze lijn.
Muur en hekwerk aan de oostzijde van de uitbreiding uit 1953
Het jongste gedeelte van de begraafplaats is in 1953 aangelegd en wordt aan de oostzijde begrensd door een gemetselde muur met steunberen en ezelrug en tandlijst, identiek aan die om het oudste gedeelte. Het toegangshek tussen baksteenpijlers met gecementeerde dekplaat is van zwart smeedijzer met gekrulde goudkleurige bovenzijde. Vermoedelijk is hier sprake van hergebruik van een ouder hekwerk. Van recente datum zijn de gestileerde zandlopers op de pijlers, symbool van vergankelijkheid.
Redengevende omschrijving:
Het object uit de 11e eeuw, vanaf 1849, uit 1872, 1911 en 1953 is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang
- vanwege de ligging van het oostelijke en oudste deel van de begraafplaats op een archeologische zeer waardevol terrein, waarvan geschreven bronnen teruggaan tot het jaar 1000 en waarop de uit de 13e en 14e eeuw daterende kerktoren staat
- vanwege de geschiedenis van de Algemene Begraafplaats, die tussen 1872 en 1911gelegen was in vak B van het oudste gedeelte en in 1911werd verplaatst naar een gedeelte ten westen van vak O en waarvan de toegangspoort en ommuring resteert
- vanwege de uitbreiding uit 1911 waarvan de aanleg met eikenbomen, restanten van toegangshekken en hekwerkfundamenten nog aanwezig zijn
- vanwege het toegangshek en de ommuring rondom de uitbreiding van 1953, waarbij vermoedelijk sprake is van hergebruik van oude materialen
- vanwege de lokale geschiedenis en de relatie met de met hotel-restaurant en historische pleisterplaats Oud-Leusden en de familie de Beaufort
- vanwege de waardevolle grafmonumenten en groenaanleg (nadere inventarisatie en selectie noodzakelijk)
Opmerking:
Op 1 juli 1997 zijn door het college volgens artikel 26 lid 1 van de beheersverordening 11 graven op de lijst van historische of opvallende graven geplaatst.
De Bomenstichting heeft 11 bomen die op de begraafplaats staan opgenomen in het landelijk register van monumentale bomen.
Literatuur:
Hans Renes, Hans Vlaardigerbroek, Leo Wevers, “Leusden, geschiedenis en architectuur”, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Kerckebosch BV/ SPOU, Zeist/Utrecht, 1988
W.Bos, Van grafheuvel tot columbarium, de geschiedenis van de begraafplaatsen en het begraven in Leusden, Leusden 1994 (publicatie Historische Kring Leusden)
Specificaties
Fotonummer: 5274 Jaartal: 2007 Auteur: n/a Datum: 23-07-2007 Afmeting: 281 x 375

