Energie opwekken: zonnevelden en windmolens

Voor de komende 10 jaar zijn we er zeker van dat we schone energie uit zon en wind kunnen halen. Van andere technieken weten we dat niet. Andere technieken kunnen voor de toekomst mogelijk een oplossing zijn.

Leusden kiest voor zonnevelden en ook windmolens omdat zonnepanelen in de winter weinig energie leveren. Windmolens doen dat wel. Windmolens gebruiken ook veel minder ruimte dan zonnevelden.

  • We onderzoeken of er alleen windmolens kunnen komen langs de snelweg A28 in de buurt van het defensieterrein.
  • Aan de Emelaarseweg en de Leusbroekerweg kijken we of er een zonneveld kan komen.
  • Verder moeten we nog zoeken naar plekken voor zonnevelden in Leusden, Stoutenburg en Achterveld. De gemeente maakt daarvoor een plan. Dit noemen we een uitnodigingskader.

Een grote windmolen heeft een ashoogte van meer dan 100 meter. Leusden rekent met windmolens van 130 meter hoog.

Zonnepanelen op alle daken van huizen en gebouwen is niet genoeg. We hebben meer elektriciteit nodig. Dus ook zonnepanelen op de grond (zonneveld).

Helaas kunnen zonnepanelen ook niet op elk dak. Bijvoorbeeld door de dakconstructie, door schaduw of omdat het huis een rieten dak heeft. In Leusden is het plan om 65.000 zonnepanelen op de daken van bedrijven en overheidsgebouwen te leggen. En de gemeente moedigt aan dat er op alle woningen gemiddeld 5 zonnepanelen komen te liggen. Dat zijn er dan ook nog eens 65.000 in totaal.

Er is niet genoeg ruimte op zee voor windmolens om schone energie op te wekken voor alle Nederlanders. Er moeten dus ook windmolens op land komen.

De omgeving van onze regio verandert niet van vandaag op morgen. Ons landschap blijft eigenlijk altijd veranderen. Dit gebeurt door de eeuwen heen. Zo liggen er nu veel elektriciteitskabels onder de grond en zijn de telefooncellen uit het straatbeeld verdwenen. Nog niet eens zo lang geleden zijn we gestopt met kolen stoken. Veenafgravingen (niet in onze regio) zijn een voorbeeld van een energielandschap. Zonnevelden en windmolens zullen waarschijnlijk ook niet voor altijd in ons landschap staan.

We onderzoeken of er windmolens kunnen komen langs de snelweg A28 in de buurt van het defensieterrein. En we kijken of er zonnepanelen langs de snelweg A28 kunnen komen (op geluidsschermen en geluidswallen).

Velden met zonnepanelen op landbouwgrond zijn waarschijnlijk nodig. Want alleen zonnepanelen op alle daken en gebouwen is niet genoeg. Leusden heeft ongeveer 2300 hectare landbouwgrond. Als er geen andere manieren beschikbaar komen, dan moeten we zonnepanelen en windmolens inzetten om schone energie op te wekken. We denken dan in 2030 ongeveer 100 hectare zonneweides nodig te hebben (als er ook 8 windmolens komen). Waar precies beslissen we samen met het uitnodigingskader. Na 2030 hopen we dat er goede andere technieken zijn.

Een duidelijk antwoord geven op deze vraag is niet makkelijk. Dat komt omdat het afhangt van wat de boer doet met de landbouwgrond. Bijvoorbeeld: welke groente teelt hij of zij? Hoe bemest hij of zij de grond?

Als je veel ruimte laat tussen de zonnepanelen, kan de grond tussen de zonnepanelen van een zonneveld ook broeikasgas opnemen.

0,2 procent van alle landbouwgrond in Nederland is nodig voor zonnevelden om het landelijke doel van 2030 te halen. Hiermee komt de voedselproductie dus niet in gevaar. Als we in Leusden alle zonnevelden - die we in 2030 denken nodig te hebben - op landbouwgrond plaatsen, dan gebruiken we 4 procent van de landbouwgrond.  

Een zonneveld maakt het aantal vormen van agrarisch gebruik kleiner. Maar als we kiezen voor een ruimte tussen de zonnepanelen dan kunnen schapen er nog wel op grazen.

Eigenaren van landbouwgrond kiezen zelf om hun grond voor zonnevelden te gebruiken of niet. Er zijn eigenaren die hun grond verpachten.

Zonnevelden zijn er niet voor eeuwig. Na ongeveer 20 jaar kunnen de zonnepanelen weg. De eigenaar kan de grond dan weer op een andere manier gebruiken.

We moeten letten op de maximale hoeveelheid energie op het netwerk. Daarom denkt Stedin met de gemeente mee. We moeten het elektriciteitsnetwerk aanpassen voor schone energie. De kosten hiervoor verschillen flink tussen wind, zon op velden of zon op daken. Daar moeten we dus ook op letten.

Een windmolen levert ongeveer evenveel energie op als een zonneveld van 28 voetbalvelden groot.  

Dat ligt eraan waar het windmolentje moet komen en hoe groot die is. Een kleine erfmolen tot een ashoogte van 18 meter mag onder voorwaarden in het buitengebied. Kijk voor de voorschriften in het bestemmingsplan.

Dat ligt eraan waar de zonnepanelen moeten komen en hoeveel het er zijn. Kijk voor de voorschriften in het bestemmingsplan.

De moderne windmolens zijn veel stiller dan oudere windmolens. Dat komt door de betere vormgeving en de lage snelheid van de wieken. Als het waait, maakt het suizen van de wind meer geluid dan de windmolen zelf. Windmolens moeten voldoen aan regels tegen geluidsoverlast. Deze regels zijn strenger dan die voor het wegverkeer en de industrie.

Elk elektrisch apparaat geeft elektromagnetische straling. De straling van een windmolen is laag. Er is geen bewijs dat de straling vanaf de grond schadelijk is voor mens en natuur.

Op dit moment is er geen bewijs dat windmolens invloed hebben op je gezondheid. Tenminste, als de plek van de windmolen voldoet aan de verplichte regels. Bijvoorbeeld de regels volgens de wet tegen het geluid en de schaduw van de wieken (slagschaduw). Dit betekent niet dat omwonenden geen overlast kunnen ervaren door een windmolen.

Het RIVM doet ook onderzoek naar de gevolgen van windmolens op de gezondheid van mensen die in de buurt van een windmolen wonen. Er komen nieuwe landelijke regels als dat nodig is.

Volgens de wet moet de afstand zo groot zijn dat een windmolen overdag niet meer dan 47 decibel geluid maakt en ’s nachts 41 decibel (gemeten op de voorkant van een woning). In de praktijk betekent dit een afstand tussen de 400 en 600 meter. Leusden kan ervoor kiezen dat de afstand groter moet zijn. Over die regels gaan we beslissen in het uitnodigingskader.

1 tot 2 procent van het aantal vogels dat sterft komt door een windmolen. Veel meer vogels gaan dood door hoogspanningskabels, botsingen met ramen van gebouwen en katten.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de invloed van een zonneveld op de kwaliteit van de bodem. En op de verschillende dieren en planten (biodiversiteit). Bijvoorbeeld door Wageningen Universiteit. Wat daar uitkomt is dat het erg verschilt. Als er meer ruimte zit tussen de zonnepanelen, dan heeft het minder invloed op de kwaliteit van de bodem en de biodiversiteit. Een voordeel van een zonneveld is dat er geen overbemesting is. Dat zorgt bijvoorbeeld voor een betere bodem voor vogels, wormen en insecten.

In Leusden gaan we regels opnemen over zonnevelden. Dit doen we met het uitnodigingskader.

Zonnepanelen maken haast geen geluid en veroorzaken dus meestal geen geluidsoverlast.

Zonnevelden veranderen wel het landschap. Dit is voor omwonenden vaak een grote verandering. Door het zonneveld slim in te richten, is het vaak wel mogelijk om het karakter van het landschap te bewaren.

Het verkeer kan mogelijk last hebben van het zonlicht dat terugkaatst. Deze schittering komt vooral voor bij zonsopgang en zonsondergang. Dat komt omdat de bovenste laag van de panelen van glas is gemaakt. Het glas weerkaatst het licht in één specifieke richting. Bij plaatsing van de panelen wordt hier op gelet. Ook zijn er verschillende type zonnepanelen en beschermlagen op de markt. Bij elke situatie past een ander type zonnepaneel het beste. Of dieren last hebben van de schittering is nog niet bekend.